Tien jaar Stichting Otradnoye,

Tien jaar hulp aan kinderen

 

Paul Spapens

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Moskou / Tilburg  2007

 

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Tatiana Barsucova:

‘In tijden van nood moet je het van je vrienden hebben.’

 

Het stuur van haar grijze Lada omklemt ze alsof ze het in de houtgreep heeft van een judoka, maar dan een die op de Olympische Spelen hoge ogen heeft gegooid – Tatiana Barsucova is een vrouw die niet gemakkelijk loslaat. Hoe ze met een vastberaden trek haar auto door het hectische verkeer van Moskou stuurt, tekent mede haar karaker. Ze beaamt dat ze een volhouder is, maar daarmee is in haar geval lang niet alles gezegd.

 

De 53-jarige Tatiana Barsucova werd op 30 december 1996 benoemd tot directeur van het sozial’no rehabilitazionniy zentr dliy nesovershenno letnich ‘Otradnoye’ (the social rehabilitation centre for minors ‘Otradnoye’). Er was toen niet veel meer dan een vroeger gebouw van het Russisch leger, verscholen gelegen temidden van hoge flatgebouwen in de gelijknamige wijk in het noordwesten van de gigantische wereldstad Moskou.

 

Op 30 mei 1997 was met hulp van vrienden en kennissen het gebouw al in zoverre geschikt gemaakt dat op die datum de eerste veertien kinderen konden worden opgevangen. “Ik herinner me hoe een moeder haar kind kwam brengen. Een meisje. Kseniya was haar naam. Dat was het begin”, zegt ze. Aan veel was nog gebrek – alleen het allernoodzakelijkste was beschikbaar. Het dak lekte. “Er is een gezegde dat heel toepasselijk is voor die begintijd”, blikt Tatiana Barsucova terug, “In tijden van nood moet je het van je vrienden hebben. Wij hadden gelukkig veel vrienden.”

 

Toen ‘het centrum’, zoals de voorzienig in de wandeling wordt genoemd, opende was het het eerste in zijn soort in Moskou. Tien jaar na de opening, kan Tatiana Barsucova vaststellen: “Nu is het centrum overal in Rusland bekend. Mensen komen naar ons om van ons te leren. We laten ze vooral de problemen zien die wij tegenkomen. Als mensen ons dan weer verlaten, vraag ik ze altijd hoe ze zich voelen. Steeds luidt hun antwoord: ‘Hier hebben we de inspiratie gekregen om ons ook in te gaan zetten.’”

 

Voor iemand met haar taak en met haar inzichten, heeft Tatiana Barsuvoa een bepaald niet alledaagse start gekend. Haar vader was officier in het Russische leger. Ze werd geboren in een legerkamp in de buurt van Moskou. Aan de universiteit studeerde ze voor luchtvaartingenieur. Drie jaar werkte ze in een aan het leger gelieerde vliegtuigfabriek. Toen werd ze door middel van een verkiezing aangewezen voor een hoge functie binnen de Komsomol, de communistische jeugdbeweging voor jongeren van de middelbareschool-leeftijd.

 

Tien jaar gaf ze als directeur leiding aan kinderkampen van de Komsomol. Ondertussen studeerde ze als psychologe af aan de universiteit. Tijdens haar werk als directeur van kinderkampen, kwam ze voor het eerst in contact met problemen van kinderen. “Vooral gedragsproblemen”, preciseert ze. Iemand attendeerde haar op de plannen met betrekking tot een opvangcentrum voor kinderen en opperde of het wellicht iets voor haar zou zijn om het op te zetten en het verder te ontwikkelen. “Ik denk dat ik daarvoor werd gevraagd omdat ik ervaring had, maar zeker ook omdat ik niet-traditioneel werkte. Toen we aan het centrum begonnen, had niemand een idee hoe het zou worden, of wat het zou worden. Het was iets compleet nieuw. Maar iedereen leefde ook in het besef dat er iets moest gebeuren. Er leefden toen heel veel kinderen op straat in Moskou. Tegelijk kon niemand exact de problemen duiden of aangeven hoe die aangepakt en opgelost moesten worden. Niemand wist hoe de ontwikkelingen zouden zijn. Als iemand bij de start van het centrum had gevraag: ‘Hoe nu verder?’, had niemand het antwoord kunnen geven.”

 

Pas in 2000 had ze voor het eerst duidelijk het gevoel dat ze het met haar centrum zou redden. Ze noemt een aantal factoren, waarvan ze een speciaal Unesco-programma voor het centrum als zeer belangrijk kenschetst. Van groot belang is volgens haar ook de komst geweest van hooggeschoolde en zeer betrokken vakmensen. Ze noemt met name de psychologe Vasanta Romanova, een vrouw die steeds een van de drijvende krachten achter het centrum is. Ten derde refereert Tatiana Barsucova aan de hulp uit het buitenland, in de beginjaren vooral uit Nederland. “De Nederlandse betrokkenheid hebben wij zowel ervaren als een professionele en een morele ondersteuning.”

 

Gevraagd naar hoe ze de situatie van het centrum tien jaar na de oprichting waardeert, antwoordt ze met een kort en krachtig: “We snellen vooruit.” Het programma van hulpverlening is sterk uitgebreid, onder meer naar volwassenen, families, werk, terugkeer van kinderen naar hun ouders, voorbereiden van jong-volwassenen op het leven en het helpen van jonge gezinnen die hun eerste kind krijgen. Nu trekken professionals van het centrum het land in om hun kennis over te dragen. En hoe het over tien jaar zal zijn? “Tatiana Barsucova: “Het centrum zal zich opnieuw sterk hebben ontwikkeld. Het is ongelooflijk zoveel goede dingen er allemaal gebeuren.”        

 

 

Henri Jansen:

‘Zwerfkinderen zijn een aanklacht tegen de moderne beschaving’

 

Henri Jansen stond aan de wieg van de Stichting Otradnoye. De Tilburgse stichting werd in 1997 opgericht, een jaar na het begin van ‘de shelter’, zoals de nu 68-jarige Tilburger dat zegt. Daarmee doelt hij op een opvanghuis voor zwerfkinderen in Otradnoye, een stadsdeel van Moskou. Met hulp van de Stichting Otradnoye heeft het centrum vele tientallen kinderen op kunnen vangen en ze een toekomst kunnen geven. De wijze van hulpverlening zoals die door de stichting is ontwikkeld, is in andere delen van Moskou en in Rusland overgenomen. Een initiatief dat tien jaar geleden begon is een succes gebleken.

 

Officieel telt Rusland twee miljoen zwerfkinderen, officieuze cijfers spreken van vier miljoen. Velen van hen vielen in handen van de maffia en zijn niet meer te redden. ‘Zwerfkinderen zijn een aanklacht tegen de moderne beschaving’, aldus Henri Jansen. ‘Hun lot moeten we ons allemaal aantrekken.’

 

De geboren Rotterdammer was van 1978 tot 1998 directeur van een logistieke onderneming in Tilburg, met 200.000 inwoners de zesde stad van Nederland in de provincie Noord-Brabant. Op het laatst telde het bedrijf 700 medewerkers. In 1991 trad hij toe tot Lionsclub Regte Heide, met leden in Tilburg, Oisterwijk en Moergestel. De afdeling is genoemd naar een zeldzaam mooi natuurgebied in Goirle, een randgemeente van Tilburg. In het jaar dat Jansen Lionslid werd, begon ook de perestrojka. Met deze politiek van hervormingen trachtte Gorbatsjov de vastgelopen economie van de Sovjet-Unie weer op gang te krijgen.

 

De perestrojka had onvoorstelbaar grote gevolgen op alle mogelijke terreinen; Rusland kreeg onder meer te maken met het voorheen onbekende fenomeen van straatkinderen. Terwijl Lionsclub Regte Heide op zoek was naar ‘stevige projecten’, om met de woorden van Jansen te spreken, las hij in een Lionsblad bij toeval een interview met Emilia Chervinskaya. Jansen noemt haar een van de ‘foundingfathers’ van de Lions in Moskou. Als Lionslid had Chervinskaya in Genua de aandacht gevestigd op de schrijnende problematiek van de Moskouse zwerfkinderen.

 

Via haar kwam Jansen namens Lionsclub Regte Heide in contact met directeur Leonid Rochal van (kinder)ziekenhuis nummer 20 in Moskou. Twee jaar op rij werd voor tienduizenden euro’s aan apparatuur gesponsord. “We hebben kinderen letterlijk van de dood kunnen redden’, aldus Jansen.

 

In 1996 vloeide uit de contacten met Emilia Chervinskaya een nieuw project voort: een opvangcentrum voor ontheemde kinderen. Het centrum is een jaar later geopend. Datzelfde jaar is de Stichting Otradnoye opgericht met als doel het verlenen van structurele hulp aan kinderen in nood in Rusland. Jansen is van meet af aan voorzitter geweest. De andere bestuursleden zijn: Hilda van der Plaats (secretaris), Leo de Laat (penningmeester), Barbara Schol, Saskia Peeters en Martin Luijkx.

         

‘Rehabilitatie van zwerfkinderen, zorgen dat het gezonde mensen worden’, omschrijft Jansen het doel van het centrum waarvoor de stichting al tien jaar opkomt. De officiële benaming van het centrum is in het Engels en luidt ‘Social rehabilitaiton centre for minors’. Engels is de voertaal van al dit werk, mede omdat de stichting op is genomen in een internationaal verband van samenwerking. Jansen noemt Zweden, Italië en de Verenigde Staten als landen die momenteel betrokken zijn bij de hulp aan het centrum. Het door de stichting ontwikkelde concept van kennisoverdracht is door de internationale partners overgenomen en wordt ook in de praktijk gebracht in andere steden van Rusland.

 

De Stichting Otradnoye was destijds de eerste die professionele hulp heeft gebracht naar het centrum. Nederlandse specialisten werden afgevaardigd om hun kennis over te brengen aan de Russische hulpverleners. Dit concept is nu zover doorontwikkeld dat de ‘trainers de trainers helpen”, aldus Jansen. ‘We willen de kennis door de Russen zelf over laten brengen, hen leren de theorie in de praktijk toe te passen’, aldus Jansen. ‘Otradnoye staat voor structurele, individuele netwerkontwikkeling en dat werkt.’

 

De jubilerende stichting heeft het vaste voornemen voorlopig door te gaan met de structurele hulp aan zwerfkinderen in Moskou en in Rusland. Jansen schetst een toekomst op drie fronten: structurele kennisoverdracht, psychologische begeleiding van getraumatiseerde kinderen in Beslan en creatieve trainingen op ad hoc-basis. ‘De toegevoegde waarde is voor iedereen heel groot’, aldus Jansen. ‘Vriendschappen ontstaan. Nederlanders en Oost-Europeanen krijgen meer vertrouwen in elkaar en samen geven we kinderen een toekomst. Als je eenmaal in de ogen van ontheemde kinderen hebt gekeken, dan is dat beeld voor eeuwig op het netvlies gebrand.’                  

 

  

Agniya Popova:

‘In het centrum vond ik mijn eigen plaats onder de zon.’

 

Ze ziet er van de ene kant goed uit in haar zeer vrouwelijke bloes met diep decollete en strakke jeans, maar van de andere kant oogt ze moe, alsof ze een slapeloze nacht achter de rug heeft. Agniya Popova lacht en zegt: “Ik kom recht uit de nachtclub”, aldus de achttienjarige. Om een mogelijk verkeerde indruk bij voorbaat weg te nemen, voegt ze aan toe dat ze hooguit twee keer per jaar zich zo’n uitstapje veroorlooft. “Vriendinnen nodigden me uit. We zijn om middernacht gegaan. Om zeven uur hebben we samen ontbeten en toen ben ik naar het centrum gekomen.”

 

Agniya Popova (18) moet zich hebben gehaast. Op de vroege zondagmorgen is het centrum nog in diepe rust. Bij de entree lijken de twee bewakers in hun legergroene uniformen toe aan een paar uur rust. Camera’s laten beelden van de omgeving zien. Het centrum ligt op een binnenplein van vier hoge flatgebouwen. Die vangen alle herrie van de omgeving weg. De receptioniste pleegt af en toe een telefoontje. Tegen de muur van de ontvangsthal hangen foto’s van vrolijke kinderen. Een oma meldt zich voor een bezoek aan haar kleinzoon, een opgeschoten knul van een jaar of zestien. Met zijn slungelige benen struint hij achter haar aan.

 

Agniya Popova legt haar mobieltje voor zich op tafel ze oogt zelfverzekerd. Maar de tranen komen onbedwingbaar als ze het over haar vader krijgt. Ze was een halfjaar oud toen haar ouders scheidden. Haar vader heeft ze nog twee keer gezien, voor het laatst toen ze elf was. “I am sorry”, zegt ze als ze haar tranen met een papieren zakdoekje droogt. Als zoveel jonge Russen doet ze haar best zich in het Engels uit te drukken, de beperkte woordenschat ten spijt.

 

Geboren in St.-Petersburg, werd ze na de scheiding bij haar grootouders ondergebracht. Broers of zussen heeft ze niet. Haar grootouders wonen in een ‘geheime stad’ op acht uur autorijden van Moskou. Een ‘geheime stad’ is een typisch Russisch fenomeen. Er vinden activiteiten plaats – meestal militair – die men liever aan het zicht van de buitenwereld onttrekt. Zulke steden kom je niet zomaar binnen, ondervond ook Agniya Popova.

 

Toen ze vijftien jaar was, opperden haar grootouders of het niet eens tijd werd dat ze weer bij haar moeder ging wonen. Ze ging, naar Moskou. Maar het boterde niet tussen die twee. “Helemaal niet”, benadrukt Agniya Popova, lang sluik haar, groene ogen. Ze poogde terug te keren naar haar grootouders. Daar kreeg ze geen toestemming meer voor vanwege het geheime karakter van de stad. “Ik moest wel bij mijn moeder blijven. Die vindt alles goed”, komt ze terug op het feit dat ze om zeven uur in de ochtend uit een nachtclub rolt. “We hebben een zeer slechte relatie. Mijn moeder en ik, wij zijn zeer verschillende personen.”

 

Agniya Popova woonde slechts een halfjaar in het centrum, dat ze weer moest verlaten omdat ze achttien was geworden. De politie was daarmee gemoeid. Deze korte periode ten spijt, is het centrum naar haar zeggen ‘zeer belangrijk’ geweest. De vraag wat er van haar zou zijn geworden als ze niet in het centrum was opgevangen, beantwoordt ze met een indringende metafoor. “In het centrum van Moskou liggen drie stations dicht bij elkaar. Ik zou daar naar toe zijn gegaan en me over hebben moeten geven aan de situatie. Ik had schatrijk kunnen worden. Ik had volkomen verloren kunnen zijn geraakt.”

 

Ze prijst zich gelukkig dat ze in het centrum terecht is gekomen. “Ik kwam daar terecht op het meest kritieke moment van mijn leven. Voordat ik naar het centrum kwam, was ik zeer pessimistisch. Mijn gedachten waren zwart. Het centrum heeft me weer positief leren kijken. De manier waarop ik ben opgevangen, draaide mijn leven in de goede richting. Ik leerde vechten voor mijn eigen rechten, opkomen voor mijn eigen leven. Ik vond mijn eigen plaats onder de zon.”

 

Agniya Popova woont nog steeds bij haar moeder, maar niet lang meer, zegt ze met klem. In materieel opzicht kan ze op eigen benen staan. In dienst van een bureau verkoopt ze telefonisch advertenties. Ze spant zich nu in voor een huurappartement. “Dan zal ik as helemaal gelukkig zijn.” Haar eigenlijke doel is een koopappartement. Ze zegt dat ze in beide denkt te slagen. “Ouders betalen alles voor hun kinderen. Dat is normaal. Ik moet alles zelf doen. Dat is niet normaal. Maar voor mij is het weer wel normaal dat ik er zelf aan moet werken om te slagen in mijn leven. Wie zal het anders voor me doen. Dat zal me lukken.”         

  

Alexander Mitroshin en Nina Molotkova:

‘Onze gezamenlijke toekomst begon hier, in het centrum’

 

“Vrouwen hebben wel eens een geheimpje”, zegt tolk Anna Larionova-Krechtova. Het is een understatement. Ze heeft de opvallend enthousiast uitgesproken woorden van Alexander Mitroshin vertaald. Al spreek je geen woord Russisch, je merkt terdege dat de 20-jarige man een bijzondere mededeling doet.

Wat zegt ‘ ie?

“Hij wordt vader. De baby komt in augustus.”

 

Alexander Mitroshin, die op de lagere school drie jaar Engelse les kreeg, verstaat min of meer wat de tolk zegt. Hij glundert. “Mijn toekomst begon hier, in het centrum”, zegt hij gul over de plaats waar hij vijf jaar verbleef. In het centrum ontmoette hij de aanstaande moeder van zijn kind, Nina Molotkova (20). Ze heeft haar verhaal gedaan, is voor een afspraak vertrokken, maar heeft met geen woord gerept over haar zwangerschap. “Vrouwen hebben wel eens een geheimpje”, herhaalt tolk Anna Larionova-Krechetova nu ook tegen Alexander Mitroshin.

 

Hij heeft de handen van een automonteur; de groeven zijn zwart. Het verdwijnt niet eens na tien keer wassen. Alexander Mitroshin wekt niet de indruk dat hij maalt over hoe zijn handen eruit zien. Het beroep van automonter is zijn lust en zijn leven. Het zit hem zelfs in de genen, maakt hij duidelijk. Zijn opa was automonteur en ook zijn vader oefende dit beroep uit totdat hij stierf. Alexander Mitroshin was toen tien jaar. Als klein jongetje vergezelde hij zijn vader naar de garage. In zijn vak is hij zo goed dat zijn collega’s zijn talent uniek noemen. Hij werkt in een Volkswagengarage. Zelf rijdt hij een Lada en de auto’s die hij graag nog eens zou willen bezitten zijn Amerikaans. “Dodge of Chrysler”, heten zijn dromen op wielen.

 

Een auto van zo’n merk te mogen rijden maakt deel uit van zijn toekomstvisioen, waarbij hij in de eerste plaats zijn Nina noemt, het stichten van een gezin samen met haar en verder staat het voor hem vast dat hij ook professioneel goed zit. “Maar toen ik dertien jaar was, wist ik niet hoe mijn toekomst zou zijn”, zegt hij spelend met zijn mobiele telefoon. Hij draait het ding voortdurend rond in zijn handen. Zijn bovenlip trilt. Er groeit een donzig snorretje. Het is een paar dagen oud, zegt hij. Nog geen zin gehad om zich te scheren.

 

Op zijn dertiende stierf zijn moeder. Kort daarna dronk zijn oudere broer zich dood. Alexander Mitroshin bleef alleen achter. “Ik moest mijn opleiding stoppen. Ik moest gaan werken. Ik was hulpje op een benzinestation. Ik verdiende net genoeg om te eten. Meer had ik niet. Ik was alleen, ik was heel erg alleen.”

 

Zeven maanden duurde deze situatie. Een gemeenteambtenaar trok zich zijn lot aan en zorgde dat hij op het centrum kon worden geplaatst. “Het is geen thuis, maar het voelde als thuis”, blikt hij terug op zijn verblijf in het centrum. Hij zou daar vijf jaar blijven. “Ik voelde me er veilig. Ik hoefde me geen zorgen meer te maken over mijn eten en mijn kleding. Ik kon mijn opleiding afmaken. Ik kreeg vrienden. Het centrum was voor mij als de schouder van een vriend. En ik ontmoette Nina. Eerst waren we bevriend, toen kregen we verkering. Nu wonen we al vier jaar samen en we krijgen een kind. Het is goed.”

 

Het stel dat elkaar leerde kennen op het centrum wil gaan trouwen, maar een datum hebben ze nog niet vastgesteld. “We hebben het druk”, zegt Nina Molotkova, een spichtige vrouw met een bleek gelaat. De zwarte damestas op haar schoot geeft haar houvast als ze haar verhaal doet. Voortdurend veranderd het ding van plaats. Haar geringde handen plukken aan de hengsels. Ze vertelt over de baantjes die ze heeft gehad. Bij McDonald’s doorliep ze alle stadia, van poetsen tot bakken, van tappen tot het helpen van klanten. Nu werkt ze als cassiere in een elektronica-supermarkt en ze volgt een opleiding tot huisschilder. “Ik wil drie kinderen. Als ik kinderen heb, stop ik met werken. Als ze groot zijn, ga ik weer werken. Ik wil graag werken. Je moet werken om verder te komen in het leven. Zoveel moet betaald worden, het appartement, de inrichting van het appartement, de huisraad. Maar als de kinderen klein zijn, wil ik er voor hen zijn. Ik wil voor mijn kinderen kunnen zorgen. Ik wil mijn kinderen meer geven, veel meer geven dan ik heb gehad.”

 

De 20-jarige Nina Molotkova was veertien jaar toen ze naar het centrum kwam. Daar was een dramatische periode aan voorafgegaan. Vader stierf aan tuberculose. Moeder raakte aan de drank en verkocht het appartement. Dat was in de wilde jaren van de Perestrojka onder Gorbatsjov. Het stond de mensen vrij hun woning te verkopen. Deed je dat, dan moest je een bepaald stempel in het paspoort laten zetten. De moeder van Nina Molotkova verzuimde dat. Dat zou het meisje nog opbreken. Het appartement werd verkocht toen ze drie jaar was. Daarom weet ze niet wat de drijfveer is geweest, maar vermoedelijk was het alcohol.

 

Moeder en dochter trokken in bij een bevriende familie: een tante, haar zoon van 20 jaar, een broer en een grootmoeder. De zoon terroriseerde iedereen en sloeg erop los. De tante stierf. Moeder raakte steeds meer aan de drank. “Het was moeiijk”, zegt Nina Molotkova, spelend met haar vingers. Ze doet er het zwijgen toe en staart voor zich uit. “Zoals iedereen ben ik op mijn zevende naar school gegaan. Twee jaar was ik op school. Toen kon ik niet meer naar school.”

 

Dat was een gevolg van het feit dat ze niet meer stond geregistreerd sinds moeder haar huis had verkocht en de transactie niet formele had afgehandeld. Pas toen ze op haar dertiende in het centrum werd ondergebracht, ging ze weer naar school, waar ze sinds haar negende niet meer op was geweest. “Wat een kind doet dat niet naar school gaat?, herhaalt ze de vraag om na te kunnen denken over een antwoord. “Ik poetste het huis. En ik sliep. Ik sliep veel. Soms lag ik de hele dag in bed. En ik was veel op straat. Ik liep zomaar wat. Maar als het weer 1 september was voelde ik me bedroefd.”

 

Op de eerste september begint in Rusland het schooljaar na een zomervakantie van drie maanden. Dit is een grote feestdag. De dag tevoren gaan ouders met hun kinderen schoolspullen kopen. Overal worden bloemen te koop aangeboden in veelal tijdelijke stalletjes van mensen van het platteland. Op de eerste dag van het schooljaar zie je overal in Rusland ouders hun kinderen naar school brengen. De schooluniformen zien er uit als nieuw. De bloemen zijn voor de leerkrachten. Na afloop van de eerste schooldag krijgen kinderen snoep of speelgoed. In de steden is het extra druk bij McDonald’s. “Ik was jaloers op de kinderen die zo mooi gekleed waren en met bloemen liepen”, aldus Nina Molotkova.

 

Dan komt de politie aan de deur. Alleen grootmoeder en haar kleindochter zijn thuis. Moeder is er niet. Grootmoeder kan van Nina geen persoonspapieren laten zien, nog steeds een gevolg van het verzuim de verkoop va het appartement formeel te regelen. De politie nam Nina mee. “Moeder haalde me niet op het politiebureau. Voor het eerst begreep ik dat ik geen moeder nodig had als ze toch geen belangstelling voor me had. Ik ben heel erg boos geworden. Ik had heel veel verdriet. De rechter heeft mijn moeder uit de ouderlijke macht ontzet. Ik zei tegen haar: ‘Je bent mijn natuurlijke moeder, maar ik kan goed zonder jou mijn eigen leven leiden.’ Dat was vijf jaar geleden. Ik heb mijn moeder nooit meer gezien.”

 

De politie bracht Nina Molotkova naar een opvangcentrum voor kinderen. Daar was ze 2,5 jaar. Op haar dertiende kon ze de schoolopleiding voortzetten die ze vier jaar eerder had afgebroken. Ze werd overgeplaatst naar het centrum van Otradnoye, opnieuw voor de duur van 2,5 jaar. “Dit centrum is gespecialiseerd in sociale rehabilitatie. Ik leerde veel op dat vlak. Ik leerde mezelf beter kennen,  leerde mezelf te aanvaarden. Het verblijf in het centrum is voor mij een zeer belangrijke periode in mijn leven geweest. En ik leerde er Alexander kennen. We zijn nu vier jaar een stel. We begrijpen elkaar goed omdat we dezelfde problemen hebben gehad. We praten dikwijls over vroeger, over het centrum. We halen herinneringen op met vrienden die daar ook zijn geweest. We kunnen daar samen veel plezier over hebben.”           

 

    t appartement werd verkocht toen ze drie jaar was.ken.eren meer geven, vele meer Evgeniy Nesterov:

‘In het centrum leerde ik het lievelingsgerecht van mijn vriendin koken’  

 

Evgeniy Nesterov kwam thuis van een zomerkamp. Hij hoopte zijn moeder aan te treffen. In plaats daarvan waren er vier mensen in het appartement. Ontredderd ging hij weg. Hij werd gevraagd naar een mortuarium te komen. Daar identificeerde hij zijn moeder. Ze was doodgeslagen, vermoedelijk door de lieden die zich in de flat bevonden en die zo aan woonruimte hadden willen komen. “Het is nooit bewezen dat zij mijn moeder hebben vermoord”, stelt Evgeniy Nesterov gelaten vast.

 

Hij draagt het uniform van een politieman. “Nee”, antwoordt hij met de afstandelijke beleefdheid die bij zijn vak hoort, de gruwelijke dood van zijn moeder was niet de reden om bij de politie te gaan. “Ik wist al jong dat ik bij de politie wilde, of bij het leger”, zegt hij, blikkend naar zijn vriendin Katya Novikova. Zij is achttien, hij negentien. Ze zijn verloofd en ze wonen in het appartement dat eens van zijn moeder was. “Met de hulp van een vriend heb ik het op kunnen knappen. Mensen gaven me de spullen om dat te doen.”

 

Op zijn schouders geven twee strepen zijn rang aan. Hij is onder-sergeant, een rang hoger dan toen hij twee jaar geleden bij de politie in dienst trad. Evgeniy Nesterov is lid van de PPS (Patrol Post Servis), de gewone politie. Hij controleert identiteitspapieren, werkt mee aan verkeerscontroles en patrouilleert lopend door zijn wijk Marina Rosha. In de korte tijd dat hij politieman is, heeft hij al van alles meegemaakt. Een dronkaard probeerde hem te slaan. Samen met een collega hield hij een man staande die een oude vrouw had beroofd. Er klinkt een zweempje trots in zijn stem. “De politie is belangrijk in onze samenleving. Wij moeten mensen beschermen.”

 

Evgeniy Nesterov komt uit een gebroken gezin. Zijn vader heeft hij nooit gekend. ‘Diepe gevoelens’ zegt hij daar niet bij te hebben, zegt hij in eerste instantie. Als de relatie tussen vader en zoon ter sprake komt, geeft hij toe zich vaak verdrietig te hebben gevoeld over het ontbreken daarvan. “Ik wist dat mijn moeder dat niet kon geven”, stelt hij manhaftig vast. Zijn moeder die niet meer tegen de stress van het leven kon en die begon te drinken toen grootmoeder stierf.

 

Ondertussen werd Evgeniy Nesterov toegelaten tot een vooropleiding voor het leger, een internaat, een type school waarvan er een paar zijn in Moskou. De leerlingen lopen in uniform en leren marcheren en van die dingen meer. Voor Evegniy Nesterov stond het vast dat hij op weg was naar een loopbaan in het Russische leger, toen hij op een dag een onverwachts telefoontje kreeg. Een politieofficier vroeg hem of hij bij de politie wilde komen. Daar waren twee redenen voor. De politie kampte met personeelsgebrek, maar het voorstel van de officier kende duidelijk ook een sociale component. Bijvoorbeeld wezen, of jongeren in het centrum, kunnen worden gevraagd toe te treden tot de politie om ze een toekomst te geven. Evgeniy Nesterov: “Ik was me aan het voorbereiden op het leger. Dat was ook goed geweest. Maar ik was het liefst bij de politie. Het telefoontje maakte me zeer blij.”

 

Nog toen hij in het internaat van het leger was, werd de moeder van Evgeniy Nesterov uit de ouderlijke macht ontzet. Zo kwam hij in het centrum terecht. Zijn moeder stierf in 2004, een jaar later was hij achttien jaar, de leeftijd waarop het centrum moet worden verlaten. Hij was goed in staat op eigen benen te staan – geleerd in het centrum. “Ik was graag in het centrum”, zegt Evgeniy Nesterov in zijn grijs-blauwe uniform met gouden insignes. “Iedereen was aardig voor me. Van alle kanten ben ik geholpen. In het centrum heb ik alles geleerd voor een zelfstandig bestaan. Ik leerde ook piano spelen en dansen en ik leerde koken.”

 

Een gerecht dat hij geregeld klaarmaakt heeft geen naam omdat hij het zelf heeft bedacht. Bovenop een laag gekookte krielaardappeltjes legt hij gefileerde riviervis en daarover heen komt mayonaise. De schotel gaart in de oven. “Lekker”, zegt zijn verloofde Katya. Het is haar lievelingsgerecht.    

 

 

Evgeniya Zhalybina:

‘Voordat ik in het centrum kwam, was ik nooit in een theater geweest.’ 

 

Evgeniya Zhalybina zet zich aan tafel. Meer precies gaat ze op een hoek daarvan zitten. Dat wekt nieuwsgierigheid. Want Russen geloven toch dat dat een wig zal drijven in hun huwelijk? Voor haar gevoel niet, zegt de zestienjarige Evgenia Zhalbina, maar ze weet wel wat wordt bedoeld. De angst om op de hoek van een tafel te gaan zitten is een van de vele vormen van bijgeloof onder de Russen. “Als ik terug het huis inloop omdat ik iets vergeten ben, zal ik eerst altijd in de spiegel kijken. Dat hoort zo”, geeft het meisje een voorbeeld uit haar eigen bijgelovige praktijk.

 

Het voorval breekt het ijs. De bruine ogen van Evgeniya Zhalybina lachen. Haar roodbruin geverfde haren liggen sluik op het zwarte jasje van het onder jongeren populaire modemerk Diesel. Dat staat er althans in grote letters op. In haar rechter wenkbrauw steken een paar piercings.

 

Op verzoek schrijft ze haar voor- en achternaam op in het Engels. De meeste Russische jongeren doen dat tegenwoordig feilloos, een voorbeeld van de mondiale ontwikkeling waar zij deel aan willen hebben. Maar Evgeniya Zhalybina haalt er voor de zekerheid een in plastic verplakt pasje bij. Om de een of andere reden vindt de Russische overheid het blijkbaar belangrijk om een naam niet alleen in het Cyrillisch, maar ook in het Engels te vermelden.

 

De pas stelt haar in staat gratis met het openbaar vervoer te reizen. En als is dat niet duur in Moskou, het is toch mooi meegenomen. “Gepensioneerden, gehandicapten en sociale wezen hebben onder andere zo’n pas”, plaatst ze het ding in een breder sociaal verband. Evgeniya Zhalybina noemt zichzelf een ‘sociale wees’. Ze geeft de volgende definitie: “Dat zijn kinderen van wie de ouders nog wel leven, maar die niet meer de ouders zijn van hun kinderen.”

 

Haar levensverhaal is ingewikkeld. Het komt er kort gezegd op neer dat met haar en haar iets oudere zus heel wat is afgesjouwd voordat ze rust en veiligheid vond in het centrum. De problemen met haar begonnen toen ze tien jaar was. Daarvoor, aldus Evgeniya Zhalybina, kende ze een normaal gezinsleven. “Toen begonnen de problemen.” Haar ogen dwalen weg en ze stopt met praten.

 

Ze is geboren en groeide op aan het Baikalmeer. Tussen vader en moeder boterde het niet meer. Vader ging bij zijn moeder in Moskou wonen. Moeder kreeg een nieuwe vriend en die had het niet zo op de zusjes voorzien. De twee werden in een internaat gedumpt. “Heel slecht”, antwoordt Evgeniya Zhalybina op de vraag hoe het daar was. Met name het eten herinnert ze zich als ‘niet om te vreten’. Haar oudste zus schreef een brief aan vader. Die haalde ze naar Moskou. Ook daar waren ze niet welkom. “Zo kwamen we in het centrum terecht”, besluit ze vrij plots. Ander onderwerp graag, zegt ze met zoveel woorden.

 

Ze was zestien jaar toen ze na al dat gesleep met de twee kinderen in het centrum werd opgevangen. Vanuit het centrum begon ze aan een deeltijd-opleiding tot machine-operator, maar ze zegt dat ze totaal nog niet weet wat voor werk ze precies wil gaan doen. Haar toekomstige leven daarentegen kan ze wel haarfijn uittekenen: “Een goede opleiding, goed werk en een leuk gezin met twee kinderen. Jongens, liefst.” O ja, op de korte termijn zou ze ook wel een keer naar Amerika willen om popconcerten te bezoeken. Een keer op vakantie in Egypte lijkt haar ook wel wat, om de piramides te gaan bekijken.

 

Die laatste wens, serieus uitgesproken, is een typisch gevolg van de opleiding die ze in het centrum heeft gekregen: “Voordat ik in het centrum kwam, was ik nooit in een museum of een theater geweest. De mensen van het centrum namen me daar wel mee naar toe. Voor de eerste keer zag ik een skelet van een mammoet. Prachtig. En nu ga ik wel twee keer per maand naar het theater. Komische toneelstukken, die vind ik heel erg leuk.”

 

Met haar zestien jaar leidt Evgeniya Zhalybina een deels zelfstandig leven onder de hoede van het centrum. Ze woont in een scholierenflat die deel uitmaakt van de school waar ze haar opleiding volgt. Huiswerk hoeft ze niet veel te maken en ze schetst hoe ze met volle teugen geniet van haar jonge leventje. “Ik ben heel erg onafhankelijk ja”, zegt ze. “Ik ben heel erg op mijn eigen aangewezen. Liever was ik bij mijn vader en mijn moeder geweest. Het is moeilijk zo. Als je leeft in een familie voel je je sterker. In het centrum had ik het gevoel van een familie. Maar je eigen familie is toch het mooiste wat er is. Voor mij zit dat er niet meer in.”           

 

                                                      

                           

 Liudmila Konovalova:

“In het centrum noemden ze mij ‘ballerina’”

 

‘Mijn levensmotto? Dat ik absoluut DE ballerina word.’ Het staat er zwart op wit, inclusief ‘DE’ in hoofdletters. Alle dansers en danseressen van het Russisch Staatsballet zijn gevraagd hun levensmotto te geven. De een drukt zich in een folder van het gezelschap uit in een mooie Latijnse one-liner: ‘Per Asper ad Astra’ (Door de hoogste inzet naar de sterren), de ander citeert Dostojweski: ‘Schoonheid zal de wereld redden.’ De meeste wapenspreuken van de dansers en danseressen klinken krachtig en zijn vol vertrouwen in eigen kunnen, maar alleen Liudmila Konovalova zegt recht voor zijn raap dat zij ‘zeker de allerbeste ballerina’ wordt.

 

In Rusland, balletland bij uitstek sinds tsarina Anna in 1738 aan een Fransman vroeg deze kunst naar een hoger plan te tillen, wil het voornemen van Liudmila Konovalova wat zeggen. “Ja, dat is echt mijn doel”, herhaalt de 22-jarige vrouw met grote nadruk in een kleedkamer van het theater van het Russisch Staatsballet.

 

Zowel van buiten als van binnen ziet het theater er wat onderkomen uit, maar dat zegt niks over de balletkunst die hier bedreven wordt. Het gezelschap en de dansers individueel hebben opgetreden in een indrukwekkende reeks landen. Liudmila Konovalova bijvoorbeeld danste in Duitsland, Oostenrijk, Zwiterland, Mexico, China, Korea, Indonesië, de Verenigde Arabische Emiraten en Jordanie. Nu staat ze op het punt een belangrijke beslissing te nemen: “Ik ben gevraagd toe te treden tot een ballet in Wenen, Berlijn en van het Marinski-theater in Moskou. Voor de zomer moet ik een besluit nemen. Het zal waarschijnlijk het Marinski worden. Ik ben Russische. Ik werk liever in Rusland.”

 

Moskou kent een aantal toptheaters voor ballet. De onbetwiste nummers een zijn het Bolsjoj-theater en het in het buitenland minder bekende Marinski-theater. Daaronder komt het Russisch Staatsballet. Liudmila Konovalova stapte zelf op de directeur van het Russisch Staatsballet af. ‘Mag ik een auditie doen?’, vroeg ze. “Hij keek naar mijn dansen en ik mocht blijven”, zegt ze op een toon alsof dat de gewoonste zaak van de wereld was. Op haar vierde wist ze dat ze ballerina wilde worden, maar vooraleer het zover was gebeurde er veel in haar jonge leventje.

 

Van haar vader zegt ze: “Die ken ik niet eens. Ik zou hem wel graag ontmoeten.” Haar moeder had een typisch geheim. Liudmila Konovalova weet niet wat ze voor de kost heeft gedaan. Ze vermoedt dat het eenvoudige baantjes waren. Mogelijk was ze ergens zangeres want moeder kon goed zingen, al was ze niet professioneel geschoold. Als ze er  naar vroeg, draaide ze er omheen. Tot haar spijt kan ze het niet meer vragen. Zes jaar geleden pleegde moeder zelfmoord. Daarvoor was ze aan de drank geraakt. “Ik denk wel eens dat in haar beleving het leven voorbij was”, aldus Liudmila Konovalova.

 

Zij en haar broer werden in het centrum geplaatst, met een ‘vooropleiding’ die ze door moeder was aangereikt. Ondanks het feit dat er weinig geld was en ze het alleen moest doen, investeerde ze al haar geld in een brede, kunstzinnige orientatie van haar twee kinderen. Ze nam ze voortdurend mee naar theaters, musea en voorstellingen. Op een dag zei ze tegen haar kinderen: ‘Ik kom niet naar school om te vragen hoe het gaat. Je moet er nu zelf iets van maken. Jullie hebben de talenten.’ Liudmila Konovalova: “Moeder gaf ons alles. Ze was een zeer goede moeder. Toen ze zelfmoord pleegde wist ik dat ik het alleen zou kunnen.” Haar broer werd musicus, zei danseres, een beroep waarin ze van kindsbeen af alles heeft geïnvesteerd en met een drive die bijna niet van deze wereld is. In haar komen talent en karakter op een zeldzame manier samen.  

 

Ze was zestien jaar toen ze naar het centrum kwam. Ze zou er tot haar achttiende blijven. “Ik was bang, verschrikkelijk bang wat er zou gebeuren. De eerste tijd in het centrum heb ik daarom alleen maar boeken gelezen en naar de televisie gekeken. Maar het centrum stelde me in staat de balletschool af te maken en me te ontwikkelen tot professioneel danseres. Ik kreeg er alle kansen voor mijn ontwikkeling. In het begin werd ik door de mede-bewoners niet goed begrepen. In verband met de balletschool kwam ik op andere tijden en ging ik op andere tijden. Elke dag stond ik op 20 minuten over vijf op om twee uur te kunnen oefenen voordat ik naar school ging. Ze begonnen in de gaten krijgen wat ik wilde en hoe hard ik werkte. Toen zeiden ze als ik binnenkwam niet meer ‘hallo Liudmila’, maar ‘hallo ballerina’.         mhoog, of omlaag. houding.en in naar beleving voorbij was"angerss                       

 

 

 

Masha Efremova:

‘Met pijn in het hart naar het centrum, met blijdschap weer weg’

 

Een ‘bublik’ is een rond broodje met een gat erin, iets typisch Russisch. Door het gat werd een touw gehaald waardoor de broodjes aan een balk konden worden gehangen, een effectieve maatregel tegen de vraatzucht van muizen en ratten. ‘Bublik’ is ook de naam van een van de twee hoofdpersonen in een sprookje dat Masha Efremova bedacht en opschreef toen ze een klein meisje was.

 

Bublik ging naar een zomerkamp van de Pioniers, de communistische jeugdbeweging voor kinderen van de basisschool. Kinderen zijn zeer actief in deze kampen, zo niet Bublik. Hij deed nergens aan mee, lag de hele dag in bed lui te wezen en liet zich op bed bedienen door robots. Dagen ging voorbij. Bublik werd dikker en dikker. Op een dag wilde hij zijn luie leventje stoppen. Hij waggelde naar het kamp van de Pioniers, maar daarvoor was hij te dik.

 

“De moraal van het verhaal”, aldus Masha Efremova, “is dat het slecht is om lui te zijn. Als je lui bent, is er geen vooruitgang.”

 

Met een snelle beweging brengt ze in de keuken van het sociale hotel van het centrum haar mobieltje naar haar oor. Rad pratend beantwoordt ze het telefoontje. Het sociale hotel is gevestigd op de derde en hoogste verdieping van het centrum. De verdieping is er later opgezet. Jongeren – jongens en meisjes – leven in een veilige omgeving, gaan overdag naar school of naar hun werk en krijgen er de vaardigheden bijgebracht die ze in staat moet stellen vanaf hun achttiende op eigen benen te staan.

 

Masha Efremova (17) wekt de indruk dat ze heel goed voor zichzelf kan zorgen. “Vanaf mijn vierde jaar”, zegt ze monter, maar pas een heel eind verder in het gesprek. Het gaat nu over dat deel van haar leven waarvan ze in eerste instantie heeft gezegd dat het voor haar te moeilijk is om over te praten. Ze lacht weinig. Ze is opvallend klein van stuk. Ze is tamelijk teruggetrokken en verlegen. “Het lukt me niet het hele verhaal te vertellen”, verontschuldigt ze zich.

 

Samen met haar moeder en een broer woonde ze bij haar grootouders. Moeder was verslaafd aan alcohol. Naarmate ze meer begon te drinken, verliet het meisje vaker de woning. Op straat praatte en speelde ze veel met de omaatjes die in de parkjes hun dagen sleten. Met een toeziend voogd had ze zoveel onenigheid dat ze daar niet aan herinnerd wenst te worden. Het eind van het liedje: ze werd naar het centrum gebracht. Ze verbleef er slechts vijf maanden, lang genoeg voor een onuitwisbare indruk, herhaalt ze een paar keer. Een vrouwelijke kennis was bereid haar op te vangen. Ze woont nu bij haar in. “Samen met een kat en een hond”, lacht ze voor de eerste keer. Het ijs is definitief gebroken. Het meisje kruipt uit haar schulp.

 

Masha Efremova: “Het centrum heeft me zoveel gegeven. Vriendschappen, ook onder volwassenen. Ik ontmoette oprechtheid en veel begrip. Het is een plaats waar ik me thuis heb gevoeld en waar ik altijd terug zal blijven komen. Hier zal ik altijd welkom zijn. Ik verbleef slechts vijf maanden in het centrum. Het leek wel een eeuw. Toen ik kwam, had ik geen enkel idee van wat ik van het centrum kon verwachten. Ik voelde alleen een grote pijn in mijn hart. Binnen een paar dagen voelde ik me thuis. Ik was veilig en welkom.”

 

De zeer energieke Masha Efremova zit op de sociale academie. Haar eerste stageplaats is het centrum, wat ze als een definitieve overwinning op haar verleden ervaart. “Ik wilde altijd het onderwijs in, of voor kleine kinderen zorgen. Maar ik ben realistisch. Sociaal werker verdient beter. We moeten toch allemaal zelf aan de kost komen. Luiheid brengt je nergens. Je ziet hoe het Bublik is vergaan in mijn sprookje.”       

 

 

Olga Demidova:

‘De politie leverde me op het juiste moment bij het centrum af’

 

Ook in het Russisch rukken de Engelse woorden op. Je ziet het in het straatbeeld van Moskou, waar jongeren een voorkeur lijken te hebben voor jassen, petjes en mutsen met een Engelstalig woord als aandachttrekkende versiering. Het klinkt dan ook helemaal niet vreemd als Olga Demidova zegt dat ze ‘businesslady’ wil worden. Het is de vrouwelijke pendant van ‘businessman’, de in het wilde kapitalisme van Rusland schatrijk geworden mannen met hun patserige levensstijl.

 

Olga Demidova heeft totaal niets patserigs. De jonge vrouw van 19 jaar blikt wel zelfverzekerd de wereld in, ze gaat smaakvol gekleed  en ze heeft zich met zorg opgemaakt. Dat laatste vindt – naast haar jeugdige vrouwelijkheid - een verklaring in een glossy folder die ze heeft meegebracht.

 

Er staan de producten in van Oriflame, een Zweeds cosmeticamerk op basis van natuurproducten. Olga Demidova zit helemaal vol van Oriflame – ze hoopt en verwacht dat haar werk voor het cosmeticamerk haar op zal stoten tot ‘businesslady’. De manier waarop ze zich manifesteert doet vermoeden dat zij het zover inderdaad zal brengen. Het gesprek met haar vindt plaats in het centrum. Met een van de vrouwen die daar werkt neemt ze de folder door. “Ik wil een eigen zaak opbouwen”, heeft Olga Demidova kort daarvoor gezegd.

 

Het moet haar vreemd te moede zijn dat ze als een aanstormende ‘businesslady’ bij het centrum binnenkomt. Toen ze tegen de vijftien liep, werd ze er samen met haar broer door de politie afgeleverd. “Dat gebeurde op het juiste moment”, zegt ze, waarna ze haar toenmalige situatie schetst. Ze komt er uit naar voren als een kat die je niet zonder handschoenen aanpakt. “Het ging slecht op school”, vangt ze aan. “Ik bleef van school weg. Ik verkeerde met vrienden die een slechte invloed op mij hadden. Daardoor ontwikkelde ik een nog slechter gedrag. Met mijn broer deed ik niets anders dan vechten. Met mijn moeder kon ik totaal niet opschieten. Die lag de hele dag in bed. Ze deed helemaal niets voor haar gezin.”

 

Moeder, die psychische problemen had, bracht geregeld de situatie van haar kinderen bij de instanties onder de aandacht. Die grepen in en zo belandde Olga Demidova in het centrum. Of beter: ze kwam onder de hoede van het centrum. Haar verhaal laat goed zien hoe breed het centrum zich heeft ontwikkeld. Door het centrum werd het meisje in een internaat geplaatst. Ze verbleef daar steeds zes dagen, waarna ze een dag thuis was. Er werd sterk ingezet op het ontwikkelen van een betere relatie tussen de moeder en haar kroost.

 

Dit ging zover dat een opmerkelijke vorm van ‘bemoeizorg’ werd toegepast. Na een intensieve begeleiding achtte het centrum de tijd rijp om het gezin weer met elkaar te laten samenleven. Een coach van het centrum leefde in het appartement  een tijdje samen met de moeder en haar twee kinderen. De situatie is nu zo dat de drie slaapkamers als het ware zijn ingericht als eigen kamer voor de bewoners. Olga Demidova zegt tevreden te zijn met deze oplossing.

 

Gestoken in haar beste kleren maakt ze duidelijk over te lopen van de ambities. Ze volgt een schoolopleiding tot winkelbediende en cassiere. Maar dat is meer als fundament bedoeld, want haar ware passie is de verkoop van Oriflame-producten. Ze volgt cursussen van het bedrijf en toont zich een waar volgelinge van de een of andere direct selling-methode. Ze reageerde op een advertentie omdat ze een baantje wilde hebben, maar de verkoopfilosofie van het bedrijf is haar op het lijf geschreven. “Ik weet zeker dat ik hier een toekomst in zal hebben”, zegt ze.

Haar kordate zelfverzekerdheid neemt een zachte wending als ze begint te praten over haar tijd in het centrum. Elke jongeren die in het centrum is geweest struikelt over de woorden als ze over hun ervaringen beginnen te vertellen. Zo ook Olga Demidova – ze wordt er net zo enthousiast van als van de cosmetica-producten die haar op moeten stoten in de vaart van haar leven. “Geregeld loop ik langs het centrum. Dan voel ik me dankbaar. Het was een thuis voor mij. Het centrum heeft me sterk gemaakt, het gaf me een toekomst.”                  

 

 

Pavel Ivaylovskiy:

‘In het centrum was alles schoon en fris, als een sanatorium.’ 

 

De korenbloemblauwe Moscvich personenauto ziet er afgeragd uit, heeft deuken en een kapotte koplamp. Glassplinters liggen in de behuizing. “Gisteren een klein ongelukje gehad”, zegt Pavel Ivaylovskiy. Hij klinkt nonchalant, maar dat is niet zijn geaardheid. Er spreekt uit dat hij voor hetere vuren heeft gestaan. Een aanrijdinkje, da’s niks in zijn leven. Hij geeft een voorbeeld. “Ik haalde een kind thuis op. Samen met een psychiater was ik naar de woning gegaan. De vader zwaaide met een mes. De psychiater verschool zich achter mijn rug. Ik pakte de man bij zijn pols en wrong het mes uit zijn hand”

 

Pavel Ivaylovskiy verhaalt van het voorval zonder opsmuk of stemverheffing. Verlegen kijkt hij naar de grond of naar de rand van de tafel waaraan hij zijn verhaal doet. Soms haalt hij zijn grote handen door zijn haren. De 23-jarige Rus heeft lange haren, geen normale dracht meer onder zijn leeftijdsgroep. “Ik wil er niet uitzien als iedereen”, motiveert Pavel Ivayloskiy zijn in het Moskouse straatbeeld opvallende haardracht. Het sluike blonde haar valt over zijn schouders, over het bruine corduroy jasje.

 

Pavel Ivaylovskiy is een gelukkig man, zegt hij. Hij voert voor zijn goede gevoel een universele reden aan: zopas is zijn tweede kind geboren, een jongen. Hij heeft al een meisje van een jaar oud. Zijn gezinsleven is stabiel. Hij geniet van zijn jonge gezin. En toch, zegt hij, voelt ‘het centrum’ voor hem aan als thuiskomen. Vanaf zijn dertiende of zijn veertiende – hij verontschuldigt zich dat hij het niet precies weet – woonde hij tot zijn achttiende in het centrum. Sinds vijf jaar is hij een van de twee vaste chauffeurs van het centrum. Het is zijn kostwinning. Daarnaast leert Pavel Ivaylovskiy voor onderwijzer en bekwaamde hij zich door middel van zelfstudie in twee beroepen: kok en mecanicien gespecialiseerd in het onderhoud van kermisattracties.

 

Als chauffeur is het zijn taak om kinderen thuis of ergens anders op te halen en van en naar het centrum te vervoeren. Vijf tot zes dagen per week is Pavel Ivaylovskiy in touw als chauffeur. Werken op zaterdag of zondag of in de avonduren is voor hem normaal. “Als ouders dronken zijn, kan het noodzakelijk zijn dat kinderen in het weekeinde naar het centrum worden gebracht”, aldus de chauffeur.

 

Hij noemt dit een ‘extreme situatie’, waarvan hij er naar zijn zeggen gemiddeld tien per maand voor zijn kiezen krijgt. “Soms zijn ouders compleet doorgedraaid of zijn ze helemaal dronken”, schetst hij situaties waarin hij als chauffeur regelmatig verzeild raakt. “Ik praat met de ouders, leg uit wat er gaat gebeuren. Ik maak ze duidelijk dat het mijn werk is. Of ik vertel, dat als ik een kind niet meeneem, het binnen vijf minuten weg zal lopen. Veelal begrijpen ze me, maar in extreme situaties gebeurt het dan iemand een mes trekt of komt de politie er aan te pas om een deur te forceren.”

 

Pavel Ivaylovskiy zag als kind wat ouders hun kinderen aan kunnen doen. In zijn omgeving werden ze door ouders geslagen, of die waren dronken en verwaarloosden hun kinderen. Vrienden die door hun ouders werden geslagen, nam hij in bescherming, wat goed voor te stellen is: hij heeft een groot en sterk lijf. In combinatie met zijn lange haren komt hij over als Samson uit de Bijbel.

 

Maar zulke omstandigheden waren voor hem niet de reden dat hij naar het centrum kwam. Dat was toen net een jaar geopend. “IkHoor hem niet de reden dat hij naar het centrum kwam.um graa  was een van de eerste bewoners”, beklemtoont Pavel Ivaylovskiy en getuigt daarmee van zijn historisch besef. “Mijn moeder was kinderarts. Op weg naar huis werd ze doodgereden. Mijn vader was een voetballer uit Dagestan. Hij bleef achter met drie kinderen. Een paar jaar hebben we geprobeerd samen te leven zonder moeder. Maar vader kon niet voor ons zorgen. Mijn zusje is de jongste. Ze is naar onze grootouders in Dagestan gegaan. Ik wilde niet in Dagestan leven. Ik ben naar het centrum gebracht. Op dat moment was er in Moskou in onze situatie geen andere opvang voor kinderen als wij. Het was het beste wat me kon overkomen. Ik voelde me niet bedroefd. Ik huilde niet. Vader kon ons komen opzoeken en in de zomer gingen we op vakantie in Dagestan. Het verblijf in het centrum was voor mij in veel opzichten beter. Thuis in het appartement was niets aan kant. In de keuken stond een berg vaatwerk op het aanrecht. In de badkamer lag een berg kleren. In het centrum was alles schoon en fris. Het voelde voor mij, hoe zal ik het zeggen, als een sanatorium.”

 

 

Sergey Pavlov:

‘Het centrum heeft me een doel gegeven in mijn leven.’

 

“Teleurstelling en heel veel verdriet”, antwoordt Sergey Pavlov afgemeten op de vraag wat hij voelde toen zijn moeder overleed. Een vlaag van hulpeloos verdriet trekt over zijn gezicht, zijn ogen worden vochtig, maar hij is een man, dus huilt hij niet. “Ik heb je twee woorden gegeven, daar moet je het mee doen”, besluit hij het meest dramatische moment uit zijn nog jonge leven. Sergey Pavlov is negentien jaar. Hij was zestien jaar toen hij samen met zijn broer naar het centrum werd gebracht. Hij zou er blijven tot zijn achttiende jaar, de leeftijd waarop iedereen het centrum moet verlaten.

 

Pas na lang aandringen wil Sergey Pavlov vertellen hoe hij het centrum en die periode in zijn leven heeft ervaren. Hij is iemand die zijn emoties niet laat zien en die slechts met grote moeite vertelt over zijn persoonlijke ervaringen. Zijn gezichtsuitdrukking en zijn droeve ogen blijken een spiegel van zijn ziel, al zou zijn positieve levenshouding anders doen vermoeden. Zijn lach lijkt dat te bevestigen, maar die komt niet meer terug als hij het heeft over die tijd.

 

“Ik kan een beetje koken”, antwoordt hij op de vraag of het een leuke tijd was in het centrum. Maar dan komt hij ineens los. Met horten en stoten maakt hij duidelijk dat het centrum hem zicht heeft gegeven op een sociaal leven, in de zin van de regels waaraan iedereen zich heeft te houden. “Sinds ik in het centrum ben geweest, voel ik me meer stabiel. Het centrum heeft me een doel gegeven in mijn leven. Het centrum maakte me bewust van mijn leven. In het centrum ben ik aan mijn toekomst gaan denken. Ik ging plannen maken. Ik wist hoe ik mijn leven in wilde vullen, wat voor beroep ik zou kiezen. In het centrum zag ik een toekomst voor mij.”

 

Sergey Pavlov leert voor lasser. Hij zit momenteel in het laatste jaar van een opleiding die drie jaar duurt. Daarna heeft hij het plan zich tijdens een cursus van twee jaar te specialiseren. Als hij lasser is, krijgt hij werk bij de ondergrondse, dat fenomenale systeem van openbaar vervoer dat wereldstad Moskou mobiel houdt. De Metro heeft een lengte van ….. kilometer. Dagelijks worden …. reizigers vervoerd. Voor een lasser moet dit als het ware een erebaantje zijn en het verdient nog meer ook dan op een ander, zegt Sergey Pavlov trots.